Ik heb er lak aan

2009 november 19
door Menck

“Moet je nog veel?” Mijn madam vanuit de keuken.
“Waarom?” Ik vanop de trapladder in de living.
“Ik heb hier een tekstje gevonden dat je ongetwijfeld zal interesseren.”
“Nog hooguit een vierkante meter en ik kom.”
Voor de drieduizend zevenhonderd zesennegentigste keer doopte ik de rol in het verfbakje. Beetje soppen, beetje droogrollen en hup naar het plafond. Voor de drieduizend zevenhonderd zesennegentigste keer werd ik geconfronteerd met een motregen van ellendige minuscule spatjes op mijn gezicht.
“Als ik die verkoper nog ’s tegenkom, ram ik die kutrol in zijn strot,” schalde ik richting keuken.
“Hoezo?”
“Absoluut spatvrij zei hij toch? Zei hij tot vier keer toe, zelfs. ’t Leek welhaast een lofzang, weet je nog?”
“Ja, dat was redelijk belachelijk. En spat ze toch, of wat?”
“Nee, het plafond speekselt de verf terug. Túúrlijk spat ze, of dacht je misschien dat ik die mens zomaar die rol in zijn bek zou duwen?” Ik zuchtte luid.
“Je legt de verf te dik, schat. Ik zie het vanhier.” Vanhier bleek vanuit de deuropening naar de keuken vanwaar mijn madam me gadesloeg.
“Nee, ik leg ze absoluut niet te dik. Anders dekt dat spul niet. Ik ben niet van plan om dit plafond vijf lagen te geven, hè.” Bezweet daalde ik de trapladder af, haakte de verfrol op het bakje vast en begaf me naar de keuken.

“Goh ja, dat ding spat behoorlijk veel,” constateerde mijn madam toen ik binnenkwam. “Je hoofd lijkt wel een woekering van op springen staande minipuistjes.” Ze gniffelde.
“Wat zijn we weer verschrikkelijk gevat vandaag,” reageerde ik monotoon. “En koppijn dat ik heb,” gooide ik er kreunend achteraan.
“Dat komt allicht hierdoor.” Ze hield me een opengeslagen tijdschriftje voor. “Linkse pagina, derde paragraafje.”
Ik las:
Schilders lopen kans op ernstige hersenbeschadiging. Een onderzoek van de arbeidsinspectie heeft uitgewezen dat met name de oplosmiddelen die in verf worden gebruikt concentratiestoornis, hoofdpijn, geheugenverlies, persoonlijkheidsverandering en blijvende hersenschade kunnen veroorzaken.
“So?” Ik gooide het boekje op tafel. “Iemand die één keer om de zoveel jaar een plafond verft, kun je bezwaarlijk een schilder noemen, hè. Dit artikeltje gaat ongetwijfeld over de gevolgen voor vaklui.”
“Je hebt hoofdpijn. En die had je gisteren na het schilderen ook,” weerlegde ze mijn denkpiste.
“Dat bewijst niets.”
“O nee?”
“Ach, doe toch niet zo verdomde belachelijk, zeg.” Ik passeerde haar en liep terug de living in.
“Persoonlijkheidsverandering,” riep ze me na.
“Wat?”
“Na het verven verander je in een brutale mens. Bewijs nummer twee.”
Ik wandelde terug de keuken binnen. “Waar heb je het over?”
“Et voilà, geheugenverlies ook al. Ja ja, als ik jou was, zou ik toch maar opletten.” Ze draaide zich om en keek me proestend aan.
“Oké,  je hebt gelijk,” zette ik het spelletje met een uitgestreken gezicht verder. “Maar ik heb een remedie: morgen schilder jij de volgende laag. Echtgenotenbehoud, heet zoiets. En bovendien zal het verven voor jou nul gevolgen hebben.”
“Hoezo, nul gevolgen?”
“Wel, om de blijvende hersenschade waarvan sprake op te lopen moet je namelijk aan een strikte voorwaarde voldoen.”
“O ja, meneer de deskundige, en wat mag die dan wel zijn?”
“Hersenen hebben.”

Toen ik de keuken uitstoof voelde ik nog net hoe de vliegenmepper mijn rug raakte.


Opgelet: spatgevaar!


Opgelet: druipgevaar!


Per se willen televisiekijken tijdens mijn schilderwerkzaamheden kan ernstige gevolgen hebben…

One for the road? No, thanks.

2009 november 19
door Menck

Dat de kilometerheffing er komt, staat zo goed als buiten kijf. Het gerucht gaat dat ze op het Nederlandse model zal worden geschoeid. Concreet betekent dit een belasting van 3 cent per gereden kilometer gedurende het eerste jaar van invoering (bij onze noorderburen is dat meer bepaald 2012 voor alle voertuigen). De volgende zes jaar zal de kilometerheffing gradueel verhogen tot ze het plafond van 6,7 cent per afgelegde kilometer zal bereiken. In 2018 dus. Vanaf dan zou de heffing constant blijven. Zo luidt de algemene theorie.
Het vooruitzicht is, vanuit financieel oogpunt en voor het gros van de weggebruikers, schrikbarend. Al trachten onze keien van de Wetstraat dat schrikbeeld wat af te zwakken door te beweren dat de nieuwe situatie voor tal van chauffeurs een financiële winst zal inhouden. Laten we wel wezen: slechts voor zij die wat rond de kerktoren cruisen, zal dat vliegertje opgaan. De rest zal in de buidel mogen tasten, en diep.
Ik heb een en ander even becijferd voor mezelf, gesteld dat alhier het Nederlandse model zijn intrede zou doen. Jaarlijks betaal ik thans 365,11 euro aan rijtaks en mijn BIV schrijf ik af over tien jaar, zijnde de tijd die ik doorgaans van eenzelfde auto gebruik maak. Concreet is dat 495 euro gedeeld door 10, wat afgerond neerkomt op 50 euro. Jaarlijks betaal ik alzo 365 plus 50 euro, samen goed voor 415 euro.
Als dat alles wegvalt en de kilometerheffing in voege treedt zal ik, berekend op de gemiddeld 40.000 kilometer die ik er jaarlijks doormaal, het eerste jaar 1.200 euro betalen en uiteindelijk – na zes jaar, dus – zelfs 2.680 euro. Tweeduizend zeshonderd tachtig! Dat zou dus inhouden dat ik vanaf dan ieder jaar 2.265 euro meer zou moeten dokken dan ik nu al doe. Qué?

Of ze zijn gek geworden in Brussel of ik ben me schromelijk aan het misrekenen of ik zie vanalles over het hoofd. Hoe zit dat systeem nu eigenlijk écht in elkaar? Want het www maakt me vooralsnog niet veel wijzer hieromtrent.
Is er een Hollander in de zaal?

WTF?

2009 november 19
door Menck

Die internationale roem, het is even wennen.
Ik denk dat ik hier vertaald wordt in het Swahili. Het kan ook het Hebreeuws, het Turks  of het Antwerps zijn, natuurlijk.
Wat er ook van zij: ‘Wake’ is een bijzonder belachelijke blognaam.

(Even klikken op het plaatje voor een groter en leesbaarder – enfin: optisch duidelijker – exemplaar)

Happy songs

2009 november 18
door Menck

Kijk ’s aan: een verloren gewaand stukje/stokje is teruggevonden in de krochten van WordPress. Eerst was het er, dan was het ineens weg en nu is het terug. 

* * *

Slechts getooid met een brede lederen riem en kniehoge laarzen ging ze wijdbeens voor me staan. De grijns op haar zwartgestifte lippen liet zich nog het best als sardonisch omschrijven.
Ze nam de rechtse van haar tot strakke karwatsen getwijnde vuurrode vlechten vast en zwiepte die meermaals ongenadig hard over mijn ontblote bast. Ik concentreerde me bij elke slag op het gewiebel van haar volle, melkwitte borsten om de geselpijn te verbijten. Zo ontdekte ik meteen ook dat deze ransel haar danig opwond.
Na tien slagen – wat mij betreft leken het er twintig, doch volgens de politie waren het er slechts vijf – gooide ze de vlecht over haar schouder en dwong ze me hardhandig op de knieën. Ze bukte zich vervolgens en priemde haar ogen diep in de mijne.
“Luister, Menck, denk maar niet dat deze tantaluskwelling thans beëindigd is. Ik heb ook nog ‘s een stok bij.”
Ze gespte de stok van haar lederen riem los en liet hem tergend traag voor mijn gezicht bengelen. Haar grijns werd breder toen ze sprak:
“Neen, stokslagen heb ik voor jou niet in petto. Zo driest ben ik nu ook weer niet. Ik heb daarentegen twee opdrachten voor je die, zoals je kunt merken, middels evenzoveel koordjes aan deze stok zijn bevestigd. Catch!”
Ze wierp me bruusk de stok toe die ik ternauwernood wist op te vangen. Met mijn reflexen zat het dus nog snor.
Ik scheurde het eerste opdrachtje van het koordje en opende beverig het origamigewijs gevouwen papier: ‘Geef je Happy Top 5 van liedjes die jouw leven oppeppen’, las ik luidop. Het woord ‘oppeppen’ ontlokte haar een luide vileine lach.
Ook opdracht twee liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Geef deze stok door aan vijf anderen.

“Maar Margo,” begon ik voorzichtig, “mijn lezers kennen onderhand mijn muzieksmaak wel.”
“Zwijgt, gij vermaledijde!” schalde ze infernaal. “Jouw muzieksmaak is niet bepaald oppeppend te noemen. Gore en geheel vergane zwartzakkerij is het! Van die deuntjes wordt geen zinnig mens vrolijk. De opdracht is nochtans duidelijk genoeg: liedekijnen die je leven oppeppen.”
“Mag ik daarbij ook teruggrijpen naar mijn vroegste jaren van muziek?” vroeg ik haar na enig gepeins.
“Voor mijn part grijp jij maar naar wat je wilt!” kreet ze.
“O ja?” reageerde ik, terwijl er zich thans op mijn lippen een grijns met duivelse allures begon af te tekenen. Meteen daarop veerde ik recht en reikte ik prompt naar haar beide…

…enfin, muziek die mijn leven oppept dus.

1. Het eerste nummer staat op mijn vroegst aangekochte LP, onderhand menig jaartje geleden, dat spreekt. De groep was in die tijd nog volslagen onbekend – en is dat intussen al lang weer – maar het piepjonge zangeresje was alleraardigst, het liedje zette aan tot wild gesticuleren en bovendien kreeg het bijzonder veel airplay op tal van toentertijd volop heersende piratenzenders. Dat ik er heden nog steeds vrolijk van word, zeg ik u.

[ KLIK ]

2. Kort nadat ik het slapen met mijn handen boven de lakens had afgezworen, begon ik mijn zoetste dromen aan de praktijk te toetsen: de meisjes kwamen in mijn leven. Moest ik al de vlammen die ik destijds veroverde op een hoop gooien, dan zouden de ijskappen tien keer zo snel beginnen te smelten. Maar zie, elke medaille heeft ook een keerzijde. In mijn geval was die het hartverscheurende liefdesverdriet na iedere breuk. I was lucky in bed, but unlucky in love. En daarover werd in die jaren gek genoeg een vrolijke riedel op de wereld losgelaten.

[ KLIK ]

3. Op een dag ontmoet je de ware, en dan ben je weg natuurlijk. Zo verging het ook mij. Ik leerde een grietje kennen zo schoon als parels. Later bleken die ondingen voor de zwijnen bestemd, doch soit: ik liep aanvankelijk de benen vanonder mijn lijf voor dat kind.
Yep, u raadt het al: ook dat werd, aanstekelijk en al, bezongen.

[ KLIK ]

4. Nummer vier stemt me niet alleen muziekgewijs al tijden uitermate vrolijk, maar ook de bijgaande clip is, letterlijk en figuurlijk, om van te snoepen. Redenen genoeg, denk ik zo.

[ KLIK ]  

5. Afsluiten doe ik met een nummer waar ik al sinds 1978 lichtelijk wild van ben. En geheel gelijklopend met mezelve heeft de tijd op dit nummer amper vat gehad. Ook anno 2009 kan elke diskjockey deze schijf zonder schaamrood op de wangen op de meute loslaten én daar bovendien behoorlijk wat overenthousiaste reacties mee oogsten.

[ KLIK ]

Nog vijf bonusnummers, zegt u?
Allez, vooruit dan maar: check, check, check, check en check.

Zo. Ik plukte lukraak wat songtitels uit de gigantische reeks Platen Die Mijn Leven Oppeppen. Nu is de beurt aan jullie, beste Ruben, Eline, Melissa, Zeezicht en Madame. Omdat ik jullie bijzonder muzikaal acht, that is. Prove me right.

Zip!

2009 november 17
door Menck

Toeme, hé. Net nu ik me een jeansbroek met knopen heb aangeschaft…

The time is now!

2009 november 10
door Menck

UPDATE:
Klik hier voor meer!

Het bedwelmende aroma der rotting

2009 november 10
door Menck

Het enige levende wezen dat ik zondag na een uur wandelen ben tegengekomen, was een fazant. Fijn zo. Wandelingen met een ‘alleen op de wereld’-gevoel vind ik lichtelijk fantastisch. Ik verliet het bos en stapte over een veld maïsstoppels naar het water.
De stroom meanderde tussen ijle bosschages. De struiken hadden duidelijk hun haar losgegooid en ermee naar alle kanten gezwierd. Berm en oever waren bezaaid met rood, geel, oranje, bruin, hoog-, koren- en vlasblond. Alleen de herfst kan zo uitbundig, zo vol overgave, zo in verrukking over zichzelf, zo overweldigend de natuur verleiden tot afscheid nemen.
En dan die geuren. Geuren die ik lieer aan de composthoop na een fikse regenbui. Of aan zwarte veenmolm waar schimmelende houtpulp doorheen werd gewerkt.
Wie zich lyrisch uitlaat over de herfst, sleurt er alras kleuren bij. Niet zelden mondt zulks uit in een clichématig woordgebruik en een te schrale najaarsschets. Dat is jammer, want in tegenstelling tot de kleuren drukken de geuren het ganse seizoen lang hun stempel op de natuur. De herfst is dan ook in de eerste plaats rotting, maar dan wel het soort rotting waar ik met graagte mijn longen mee vul. Geen weeë en misselijkmakende doodsodeur, maar een natuurlijk bouquet van natte bladeren, paddenstoelen en rijke, donkere aarde. Het wierookt in het hout, beschreef Felix Timmermans de herfstgeur ooit. Zo is het maar net, dacht ik toen ik me doorheen de heesterskeletten werkte om bij het water te raken.
Wijl de zon de einder kuste, gleed een eend voorbij. Het kan ook een waterhoen geweest zijn; vormen en tonen waren aan het vervagen door de gestaag dimmende dag. Het beest liet zich meedrijven op de trage stroom. Geen gepeddel, geen lawaai.
Op een verdwaald stuk beton, zowat het enige onnatuurlijke gegeven in dit verder volkomen idyllische plaatje, ging ik zitten. Ik nam mijn camera ter hand en scrollde doorheen de paddenstoelenfoto’s die ik op mijn promenade had geflitst. Plaatjes die meer dan waarschijnlijk enkel zouden dienen tot capaciteitsconsumptie mijner harde schijf. Ik herkende een inktzwam en een vliegenzwam en nog zes andere fungi. Mijn kennis van paddenstoelen is beperkt tot twee soorten, moet u weten. Nee, wacht: drie als ik de champignon meereken.
Even na vijf breide ik een einde aan mijn uitstap middels een kiek van de magistrale gloed waarmee de avond zijn intrede deed. Vijf volle minuten aanschouwde ik dit arcadische tafereel. Moest ik niet zo’n harde zijn, ik plengde een traan van opperste geluk.

 

 

 

 

[ Foto's: Menck | Alle foto's aanklikbaar ]

Gewoon…

2009 november 9
door Menck

… omdat het simpelweg ijzersterk is.

Knap versus Belle

2009 november 7
door Menck

Wat een knap kind is die Geike Arnaert toch. Knap en getalenteerd en West-Vlaams; geen uitzonderlijke combinatie, natuurlijk. Ze staat niet veel in de roddelblaadjes, want mijn vader kent haar niet. Mijn vader is een verstokte roddelblaadjeslezer, moet u weten. ‘Mijn toiletlectuur’ noemt hij die pulp. Vraag hem wie Bono is, of Mariah Carey, of desnoods Dani Klein en hij zal u meteen op de hoogte brengen van hun laatste wapenfeiten. Als mijn vader iets leest, dan memoriseert hij het quasi meteen. Ook de gezichten, want onlangs was U2 op televisie naar aanleiding van hun Berlijnse concert aan de Brandenburger Tor en meteen was mijn pa’s repliek: “Daar zie, den Bono.”

Maar Geike kent hij dus niet. “Nog nooit van gehoord,” schokschouderde hij toen ik gisteren melding van haar maakte.
“Schande, pa, want dat is pas een juffrouw met talent. Schoon madam bovendien.” Dat laatste vermeldde ik er met opzet bij omdat zulks mijn vaders nieuwsgierigheid bovenmatig prikkelt. In dat opzicht ben ik duidelijk een aardje naar mijn vaartje.
“Vroeger speelde ze bij het Belgische Hooverphonic,” vervolgde ik, “maar ze is het daar afgebold. Nu ja, dat verwondert me eigenlijk niet, want samenwerken met Alex Carlier moet geen makkie zijn.”
“Tiens, is dat die gast met al zijn gitaren thuis? Die naam zegt me iets.”
“Zou kunnen, pa. Ik weet alleen dat hij een eigen opnamestudio bezit.”
“Maar ja, die is het. Naar verluidt is dat een vent met een poetsziekte. Een zenuwpees, schijnt het.”
“Welaan dan, de zangeres uit zijn groepje, de ex-zangeres dus, is Geike Arnaert. Die moet je dan toch kennen? Lang, blond, scherp gezicht, grote kijkers. Nee?”
“Nee.”
Het verwonderde me eigenlijk niet. Geike Arnaert trad bij Hooverphonic zelden op de voorgrond, tenzij op het podium dan. Ze heet verlegen te zijn. Wellicht bloost ze ook lief. Dat laatste fantaseer ik er met graagte bij. Knappe, verlegen en blozende meisjes zijn een zeldzame soort geworden, hetgeen ik ten zeerste betreur.
“Weet je welke zangeres er in míjn tijd knap was? En dan bedoel ik écht knap, hè. Niet zoals die poppemiekes die je vandaag op de televisie ziet en die stuk voor stuk denken dat ze je van het zijn. Nee, ik heb het hier over iemand voor wie de mannen wereldwijd bij bosjes in zwijm vielen. Enfin, bij wijze van spreken dan, want mannen waren toen nog geen mietjes zoals nu.”
“Merci, hè. En nee, ik weet niet over wie je het hebt. Brigitte Bardot?”
“Heb ik het over konijnen? En daarbij, dat was een actrice, geen zangeres.”
“Zeg het maar.”
“Françoise Hardy. Pas op, ik spreek over de jaren zestig, hè.”
“Al van gehoord, ja. En ook nog wel eens iets van gehoord op de radio. Tous les garçons et les filles de mon âge, is dat niet van haar?” Ik neuriede het refrein.
“Absoluut, absoluut. Jammer dat ik je geen foto kan laten zien. Dat was nogal iets anders dan die, eh, Geirnaert?”
“Geike Arnaert, pa. En trouwens, je kent haar niet eens, hoe kun je dan vergelijken?”
“Doet er niet toe, ik ben het wel zeker. Niks kan tippen aan Françoise Hardy. Enfin, kón, want dat mens is waarschijnlijk allang dood nu. Qu’elle est belle, mon fils.”
“Qu’elle était belle, vadertjelief.”
“Huh?”

Thuisgekomen ben ik wat gaan googelen. La Hardy leeft nog, maar ze is zwaar ziek. Bovendien had mijn vader absoluut gelijk wat haar jaren ’60-periode betreft: what a stunning beauty! Of Geike Arnaert aan haar kan tippen qua schoonheid ben ik allang niet meer zeker. Al zal ik dat natuurlijk nooit toegeven tegenover mijn ouwe.
Edoch, oordeelt u vooral zelf:

Value for money

2009 november 4
door Menck

De übervriendelijke wegenwachter – volgens mij worden die mensen gehypnotiseerd dan wel gedrogeerd alvorens uit te rukken – velde na twintig minuten grondige inspectie een verdict dat slechts bij monde van een waarlijk gediplomeerd automechanicus kan worden overgebracht: “Hij start niet meer.”
Ik zag het al voor me: de hemelse kapok was met hoosbuien bezwangerd en ik zou te voet huiswaarts mogen keren.
“De oorzaak is een dienstweigerende klep in de brandstofpomp”, gaf hij me mee. “Kleinigheidje, hoor. Maar ik heb niet van ieder merk al de kleppen bij, dat begrijpt u.”
Ik begreep het.
Abschleppen?” stelde hij vervolgens voor. “Binnen een straal van twintig kilometer is het zelfs kosteloos. Waar bevindt uw garage zich?”
Hij zocht het adres op in zijn gps-systeem. “Het is waarachtig uw geluksdag”, zei hij grijnzend. “19,9 kilometer op de kop af.”
Vijf minuten later reed de gele takelwagen onder een vuurwerk van zwaailichten de straat uit. Achterop bengelde mijn bakbeest. Nauwelijks driehonderd duizend kilometer en reeds pech; ’t is godgeklaagd met die nieuwerwetse techniek.

Meteen kondigde de eerste plensbui zich aan. Ik had twee paraplus bij me. Hád, inderdaad: ze bevonden zich in de kofferbak die op dat eigenste moment tweehonderd meter verderop achter de bocht verdween. Ik vluchtte de bakkerij binnen.
“Een koffiekoek, Cynthia.”
“Zo, jij bent vlug terug, Menck. Zo’n grote honger?”
Serpent. Ze had door het vitrineraam nauwgezet de sleepwerkzaamheden gadegeslagen.
“Och, kijk, en het regent, verdorie”, merkte ze smalend op terwijl ze in een trage, theatrale beweging haar blik richting de vitrine stuurde.
“Je koffiekoeken smaken bitter, Cynthia. Laat me raden: je hebt er gif in gespuwd?” Ik ging tegen de toonbank leunen.
“Grapje, Menck. ’t Is sterker dan mezelf, vrees ik. Deze is van mij, trouwens.” Ze wees naar de koffiekoek in mijn hand.
“Dank je, Cynth. Je bent dan toch zo slecht niet als er wordt beweerd.”
“Wie…?” Toen hield ze in. “Pestkop.”
Ik bestelde nog een koffiekoek. Het regende ondertussen oude wijven.
De winkelbel rinkelde. André kwam binnengestapt, druipend als een slecht uitgewrongen zeemvel. Zijn auto stond nochtans maar aan de overkant van de straat geparkeerd.
“André!” kraaide ik. “Je komt als geroepen. Ik heb een lift huiswaarts nodig.”
“Ben jij te voet in dit hondenweer?” kraste André weinig stemvast. ’s Mans stembanden waren jaren geleden naar de filistijnen geholpen door het nuttigen van een glas White Spirit dat hij abusievelijk voor water had gehouden.
“Autopech. Mijn kar is zopas weggesleept door de wegenwacht. En ondertussen moest ik het doen met dit bijzonder vlegelachtige gezelschap hier.” Ik wees op Cynthia die André thans van een kleintje volkoren voorzag.
“Voorwaar twee onmiskenbare kwellingen,” ginnegapte André.
“Mijn winkel uit, beulen,” commandeerde Cynthia gespeeld verongelijkt.

“Hoe voelt dat, zo eens in een degelijke auto te zitten?”
André’s wagen was tweeëntwintig en visueel een potsierlijke melange van stickers, doffe lak en roestplekken.
“Let maar op de weg, jij,” riep ik hem tot de orde.
“Nog maar drie keer een garage vanbinnen gezien,” ging hij onverstoord verder. “Als hij het miljoen kilometer haalt, was ik hem eigenhandig met een fles Moët & Chandon.”
“Sure. Ik hoop dat je dat ooit nog mag beleven, maat,” repliceerde ik schimpend. “Maar ik vrees ervoor. Die Franse koekdozen zijn niet bepaald gekend voor hun hoge kilometerstanden.”
“Als het even meezit: nog anderhalf tot twee jaar,” vervolgde André alsof hij me niet eens gehoord had.
“Hoezo, nog twee jaar?” Ineens was mijn belangstelling gewekt.
André liet zijn auto uitbollen tot vlak voor mijn oprit.
“Hier, kijk maar.”
Ik keek. En herkeek.
“Mag ik daar eens een foto van nemen?”
“Tuurlijk. Ga je gang.” In zijn krasstem klonk duidelijk trots door.
En alzo geschiedde.

Waar is hier de nooduitgang?

2009 november 4
door Menck

Mijn schare trouwe lezers van weleer is, op enkele uitzonderingen na, wijlen. Nieuwe namen treden niet naar voor.
Het is een tendens die niet enkel op deze blog van toepassing is, maar zoetjesaan aan het uitgroeien is tot een trend, zelfs al laat dat begrip normaliter een zoete smaak na.
Ook de scribenten laten in aantal een val optekenen, al is dat niet noodzakelijk altijd droevig nieuws. Toch is het een onmiskenbaar teken aan de wand dat de blogosfeer aan het doodbloeden is. Waar het door komt, daar komt het door. Ik waag me niet langer aan analyses die, zo is gebleken, toch nergens toe leiden.
De nieuwe schare communicatieve webtoepassingen laat me koud. U mag deze desinteresse voor mijn part aan mijn leeftijd wijten. Anders wel aan de oprukkende verkleutering van het interactieve medium. Ik hou me alleszins afzijdig.
Rijst onvermijdelijk de vraag: heeft het nog zin, dat geblog? Wijs me er gerust op dat het een vraag is die ik in het verleden reeds meermaals heb gesteld. Bemerk daarbij echter dat de situatie nog nooit zo diep in het slop heeft gezeten als nu.

Laat ik maar ’s een noodvergadering in het leven roepen.
Achter gesloten deuren.
Me, myself and I.

Tilt-shift = fun!

2009 november 2
door Menck

Op (digitale) foto’s de werkelijkheid omvormen tot een schaalmodel wordt tilt-shiften genoemd. Dat resulteert in beelden die zo uit Madurodam, Legoland of de speelgoedfolder van de Fun geplukt lijken.
Er bestaan tal van ’tilt-shift’-sites waarop je elkaars resultaten kunt bewonderen, resultaten die doorgaans middels Photoshop werden verkregen. Edoch, het kan eenvoudiger: met het makkelijke en geheel kosteloze TiltShiftMaker.
Tip: kies een foto die veel achtergronddetails bevat en focus op één centraal iets of iemand.
Ik heb me ook een wijl geamuseerd, kwestie van deze herfstige maandag toch enigszins vrolijk in te leiden.

Feest in de wijk:

Mijn madam in Planckendael:

Ophogen der duinen middels graafmachine:

Huwelijksfeest van een vriend:

Nek-aan-nekrace:

Sloepje vaart Oostende-haven binnen:

[ Foto's: Menck ]

Stokje: ‘Honest Scrap’

2009 oktober 22
door Menck

‘Honest Scrap’ slaat natuurlijk nergens op. Toch niet als u het mij vraagt. Googelen op ‘scrap’ levert mij tal van plaatjes van bedenkelijk allooi op: infantiele, plakboekachtige toestanden die me linea recta terugzenden naar mijn kleutertijd alwaar ik verplicht was met een tube lijm, papier en een bussel wollen draadjes mijn creativiteit te botvieren op een expressie naar keuze tot meerdere eer en glorie van het nakende schoolfeest. Maar ach, het kind moet een naam hebben, natuurlijk. Ik hou het gemakshalve maar op het zoveelste stokje dat de blogosfeer aandoet, een fenomeen dat vooral te aanschouwen valt in tijden van collectieve schrijfarmoede.
Laat ik dan maar vooral honest wezen, temeer daar Elke me dit stokje toewierp. Voor Elke heb ik een boontje. Niet alleen is ze erg knap en bijzonder intelligent, maar ze bloost ook zo alleraardigst. Ik verdenk haar er zelfs van lief te zijn. Bovendien heb ik nog twee Leffe’s van haar tegoed, dus kan ik zelf ook maar beter lief zijn.
Tien zaken die u, bloglezer, nog niet over me wist, alzo luidt de opdracht. Dat wordt geheugengraven. Neemt u me niet kwalijk mocht u hier en daar dus een trivialiteit bespeuren.

1. Ik verafschuw gel- ofte kunstnagels bij vrouwen. U weet wel: van die spoilerachtige en doorgaans felgekleurde plastic aanzetstukjes die middels een ondefinieerbare specie op de natuurlijke vingernagels aangebracht worden ter verlenging ervan. Of er ook modellen voor teennagels op de markt zijn, weet ik niet. Bespaart u me overigens die gruwel.
Gelnagels associeer ik met termen als vadsig, dellerig, vies, onhandig en acht ik – zeker in bepaalde toestanden waar de nodige voorzichtigheid gewenst is – ook ronduit gevaarlijk. Daarenboven zijn gelnagels zó verschrikkelijk 2008.

2. Ieder jaar bedien ik me noodgedwongen van een ander gsm-nummer. Mijn bel- dan wel sms-frequentie ligt zo ontzettend laag dat ik niet eens een hele belkaart per jaar behoef. Proximus vindt dat niet fijn, want ze melden me – en ik citeer: “U dient ten laatste te herladen voor 13 oktober 2009 indien u wenst te blijven bellen.” Dat was vorige week.
Lap.

3. Dertien jaar geleden viel ik in slaap achter het stuur. Met mijn oude Golfje heb ik alzo niet bepaald subtiel een boom omhelsd. Het autootje was omzeggens total loss en ook ik was behoorlijk verhakkeld. Alleen de boom kwam er vrij ongeschonden uit: hij was slechts drie blaadjes kwijtgespeeld door de slag.
Het was de tijd dat airbags nog geen gemeengoed waren en harde stuurwielen wel. Ik heb minstens vijf weken lang Jacques Vermeiregewijs kaarsen uitgeblazen, om maar eens iets te noemen.
Een bevriend mecanicien vond het een fijne uitdaging om het zwaar vervormde vehikel – er stonden toen +200.000 kilometer op de teller – alsnog rijklaar te stomen, iets waar hij bovendien wonderwel in slaagde. Bijzonder professioneel was het allemaal niet, maar de keuringsdienst maakte geen enkel bezwaar. Het taaie ding heeft me nog mobiel gehouden tot de kilometerteller 420.000 aanwees.

4. Mijn eerste huisdier luisterde naar de naam Pica, was brutaal en lief tegelijk en heeft ruim anderhalf jaar dagelijks aan mijn zij geleefd: een gitzwarte kraai. Ik vond ze gewond als jong, liet ze door de dierenarts opkalefateren en stond vervolgens wekenlang toegewijd in voor haar verdere verzorging. Als dank verkoos ze mijn gezelschap boven dat van soortgenoten, ook al was de ouderlijke tuin haar slaapplaats. Al die tijd gingen we ‘Jommeke en Flip’-gewijs door het leven. Pas toen ze slechts om de week nog eens op mijn schouder landde, wist ik dat ze meer van de wereld wilde zien. Ze kreeg mijn zegen terwijl ik tranen met tuiten huilde. Ik was tien.

5. Ik hou hoe langer hoe meer van het alleen-zijn. Waar ik vroeger een sociale vogel avant la lettre was, trek ik thans steeds frequenter een muur om me heen op. Ik wijt het te enen dele aan mijn gestaag groeiende minderwaardigheidscomplex en te anderen dele aan mijn immer slinkende vertrouwen in de mensheid. Allicht speelt de leeftijd ook wel een rol, al steekt mijn madam het dan weer op de zich heden manifesterende gevolgen van mijn vroegere exuberante lijmgesnuif, overmatige weedgerook en excessieve rumgebruik. Thans snuif ik nog enkel rum en dat gaat me stukken beter af. Af en toe eet ik zelfs al eens een boterham.

6. Dé vrouw in mijn leven is, tot nader order, nog steeds mijn moeder. Vergis u niet: ik ben allesbehalve wat ze een moederskindje noemen, doch wel het übertrotse evenbeeld van mijn verwekster, uiterlijk zowel als innerlijk. Eigenlijk ben ik mijn moeder zonder tieten en met een piemel. Alleen mijn haar is anders: mijn spleet ligt in het midden.
Ik heb ook een vader. Waarvan akte.

7. Moest ik morgen uit het leven gerukt worden, dan zou ik daar absoluut vrede mee kunnen nemen. Liefst razendsnel en geheel pijnloos, als het even kan. Wat mij betreft heb ik alles meegemaakt en bovendien oeverloos genoten. Wat voor me ligt zal hoogstens nog een doorslagje zijn van wat ik heb gehad. Er zijn al herhalingen genoeg op de televisie, dacht ik zo.

8. Wat ik, vooraleer bovenstaand puntje zich voltrekt, wel nog eens wil meemaken, is een dag een vrouw zijn. Laat ik u van het waarom maar geen deelgenoot maken; dit is een deftige blog. Eén ding wil ik u wel toevertrouwen: ik zou geen gelnagels oplijmen. En ook: langer dan vierentwintig uur hoeft het echt niet te duren.

9. Bram stelde me in dit reactieluik de vraag of ik vroeger ook zo’n typisch new-wavekapsel had. Het antwoord is neen. Mijn hoofd was toentertijd, gedurende zowat anderhalf jaar, getooid met een hanenkam. Geen felgekleurd of stijfpuntig specimen, maar een soortement van halflangharige middenberm dwars over mijn verder kale bol. Lekker stoer en heerlijk rebels vond ik dat, al was niet iedereen die mening toebedeeld. Maar kijk, ik behoorde tot ‘het volkje’, hoe stom dat zoveel jaren na datum ook moge klinken.

10. Wat eten betreft, ben ik een bijna-omnivoor. Slechts één iets kan, zacht uitgedrukt, mijn sympathie niet wegdragen: zurkelpuree.

Zo. De rest is voor een volgende keer. Als u eens meer tijd heeft.
Dit stokje moet luidens de regels worden doorgegeven aan tien bloggers die het nog niet mochten ontvangen. Enige vorm van motivatie is daarbij gewenst.
Het kleinood waart echter al zolang doorheen de blogosfeer dat zulks een moeilijke taak wordt. Ik beperk me dientengevolge ook tot slechts vijf gegadigden:

1. Muggenbeet. Fijne blogger. Lijkt me een sympathieke mens bovendien. Reden genoeg om hem wat beter te leren kennen.

2. Tijdtussendoor. Bij momenten wil ik haar doodknuffelen. Niet letterlijk, vaneigens.

3. Chelone. Sinds eeuwen een vriendin. Bijzonder boeiende madam.

4. Aïda. Harde tante. Ruwe bolster. Ik wil de blanke pit leren kennen, maar tevens vrees ik dat ze dit stokje boudweg naast zich zal neerleggen.

5. Georgina. Omdat ik haar aanwezigheid mis. En ze teveel een gesloten boek blijft, tiens.

La boîte d’amour

2009 oktober 21
door Menck

“Een stoppelbaard staat je echt niet. Ik kom hem morgen afscheren,” zei ze.
We zaten in de cafetaria van de bowling. Mijn vrienden waren met haar vriendinnen baan 3 onveilig aan het maken. Wij verkozen elkaars gezelschap.
“Zal wel,” repliceerde ik terwijl ik lachte om haar amechtige versierpoging.
De dag erop stond ze voor de ouderlijke deur. We trokken naar de tot muziekhok verbouwde kelder alwaar ze effectief de daad bij het woord voegde.

Ik grijns terwijl ik haar eerste brief terug openvouw. Die arriveerde kort na de bewuste scheerbeurt. Hij dateert van 1983, zie ik nu. Zestien was ik toen. Zij was een jaar jonger. Ze zou me nog welgeteld vijf brieven sturen, allen even pueriel passioneel. Daarna – we waren toen twee weken ouder – hield ze onze relatie voor bekeken. Vurige hartstocht was op die leeftijd nog geen lang leven beschoren.
De doos die ik op mijn schoot hou bevat honderden brieven. Uitgesponnen epistels, kattenbelletjes en gedichten. Op maagdelijk blanke of ruitjes- dan wel lijntjesvellen, op de keerzijde van zwart-witkopies onzer toenmalige idolen en op met zeemzoeterige aquarelletjes voorbedrukt briefpapier. De eerste dateert van 1983, de laatste van 1992. Met een viltstift heb ik indertijd ‘La boîte d’amour’ op de doos geschreven. Dat gebeurde voorzeker tijdens mijn Franse periode met Véronique.

Brieven, verdorie. Het zal jongere lezers allicht als de prehistorie toeschijnen. Handgeschreven brieven en kabeltelefonie; daar moest een verliefd stelletje het destijds mee doen qua afstandscommunicatie. Het had zeker zijn charmes. En alles is, ook na zesentwintig jaar, nog even tastbaar als toentertijd. Alleen de geur van enkele in die dagen letterlijk in zoet parfum gedrenkte vellen is allang vervlogen.
En dan die handschriften. Ronde letters met bollen in plaats van puntjes op de i waren niet zelden afkomstig van meisjes wier buik voor de eerste maal door vlinders gevisiteerd werd. Hun hartroerselen werden veelal in rode balpen aan het papier toevertrouwd.
Onzekere grietjes hielden dan weer een liniaal onder hun schrijfstok wat resulteerde in een erg gekunstelde schriftuur. Eens ze je wat beter kenden, verwaterde of verdween die touchante stoethaspeligheid.
Enkel de meiden met pit hanteerden een krachtig en menigvuldig naar rechts hellend handschrift en deden een beroep op blanco papier en de no-nonsense blauwe inkt die in die tijd gangbaar was. Is er een grafoloog in de zaal?

Nu ik zoveel jaren na datum die brieven herlees – een mens doet soms gekke dingen op een gure herfstavond – pluk ik de talloze deugden, onhebbelijkheden, gezichten en zelfs stemmen dezer elfen zonneklaar uit het vak Kalverliefdes in mijn hoofd. Ik herinner me hoe ze lachten, kusten, dansten of vreeën. De historiek mijner amoureuze spes patriae ontrolt zich glashelder voor mijn geestesoog. Wat een vale doos vol beduimelde schrijfsels al niet vermag.

Grijnst u vooral even mee met deze leutige extracten uit mij toegestuurde tijdingen:

Het onbereikbare verlangen:

De knullige onverschrokkenheid:

De doemende derving der deugden:

Snellevingerwerk

2009 oktober 20
door Menck

Aanschouw en aanhoor het betere snellevingerwerk: exact tien eighties-hits pianogewijs op een ononderbroken rij.
Wie plempt ze alle tien correct in het reactieluik?

Bedelst(r)af

2009 oktober 19
door Menck

Hij zat op een lappendeken, droeg een haveloze jeans en een polo van Bikkembergs. Zijn voeten staken bloot in afgetrapte bottines.
“Een klein beetje, meneer. Niemand geeft.” Hij hield een plastic koffiebekertje voor zich uit.
“Niet moeilijk, vriend,” reageerde ik, waarna ik mijn hand in mijn jaszak liet glijden. Zijn blik volgde gretig mijn beweging. “Je zit op de verkeerde plaats.” Daarna diepte ik mijn pakje sigaretten op. In zijn ogen las ik thans teleurstelling.
“Verkeerde plaats? Wat bedoelt u, meneer?” Hij zette het bekertje naast zich neer.
“Hier komt simpelweg geen kat. Welke bedelaar gaat nu ook in zo’n verlaten steegje zitten?” Ik stak een sigaret op en inhaleerde diep.
“De politie jaagt me weg uit de winkelstraat.” Hij schudde zijn hoofd enigszins theatraal waarna hij een overdreven diepe zucht slaakte.
“Logisch.”
“Hoezo, meneer?”
“Hoezo? Moet je jezelf eens bekijken, man. Je bent vies, ongeschoren, je haren hebben waarschijnlijk in geen weken een drup water gezien en bovendien stink je. Ja, kijk maar niet zo ontzet. Je stinkt echt. Ik ruik het terwijl ik op meer dan twee meter van je af sta. En dan verwonder je je erover dat je uit de winkelstraat geplukt wordt? Denk toch eens twee seconden logisch na.” Ik blies de as van mijn sigaret. De kegel landde voor zijn voeten.
“Ik hou niet van uw toontje, meneer.”
Ik wilde net een trek van mijn sigaret nemen doch liet deze terug zakken.
Wát zei je?”
“Dat ik liever niet heb dat u zo tegen me praat.” Zijn stem klonk plots een stuk gedempter.
“Nee, dat zei je niet. Het klonk helemaal anders. Was het niet eerder iets à la ik hou niet van uw toontje?” Ik gooide mijn sigaret op de grond en plantte er mijn voet op.
Hij boog zijn hoofd en zweeg.
“Je tong verloren, bedelaar? Of werd je daarnet opeens iets te overmoedig?”
Hij bleef zwijgend voorovergebogen zitten. Ik deed drie stappen tot ik vlak voor hem stond. Vervolgens haalde ik uit met mijn linkervoet. Ik trof hem vol op zijn kin. Zijn hoofd sloeg in een ruk achterover en knalde tegen de gevel waartegen hij zat.
“Alstublieft, niet doen. Niet doen!” Hysterie had bezit genomen van zijn stem. Met beide handen omvatte hij zijn achterhoofd, onderwijl de meest uiteenlopende pijngrimassen trekkend. Op zijn rechterwang biggelde een traan.
“Je was niet bepaald galant tegen me daarnet, bedelaar.”
“Het spijt me vreselijk, meneer. Echt, het…” Hij begon te snikken. Uit zijn neus bungelde snot.
Ik hurkte voor hem neer. “Kijk jij nooit naar de mensen als je tegen ze praat? Dat is redelijk onbeleefd, moet je weten.”
Hij richtte angstvallig zijn hoofd op en liet zijn handen in zijn schoot zakken. Aan een ervan kleefde bloed.
“Weet je, ik ben geen rancuneus mens. Meer nog: ik wil je echt wel helpen, oké?”
Hij staarde me aan met wijdopen ogen.
“Oké?”
“J-ja, meneer.”
“Laat ons wel wezen: jij hebt helemaal geen geld nodig. Wat jij nodig hebt, is verlossing. Verlossing uit dit miezerige bestaan. Klopt dat?”
“Ja, meneer. Ja.” Hij ging iets hoopvoller kijken.
“Welaan dan, die kan ik je geven. Dan hoef je nooit ofte nimmer meer te bedelen. Aan bedelaars heeft deze maatschappij namelijk helemaal niks, behalve last dan. Dat begrijp je toch wel?”
Hij knikte terwijl zijn blik de mijne vasthield.
“Eén ding wil ik echter van je weten.”
“W-wat, meneer?”
Wil je dat ik je hieruit help? Wil je dat écht?”
“Ja, meneer. Ja, dat wil ik. Dat wil ik zo verschrikkelijk graag!” Hij ging rechtop zitten en nam mijn handen in de zijne.
“Laat dat, maat.”
Geschrokken trok hij zijn handen terug, een onduidelijk excuus mompelend.
“Sluit je ogen en denk aan wat je werkelijk nodig hebt.” Ik voelde een kramp in mijn kuit opkomen van het langdurig hurken.
De bedelaar sloot zijn ogen. Daarna keek ik snel om me heen.
Ik glimlachte toen ik met een harde doch precieze beweging de Wusthof Classic in zijn hartstreek dreef. Het gekartelde lemmet drong de volle drieëntwintig centimeter bij hem binnen.

RSS

2009 oktober 15
door Menck

Iedereen kent onderhand RSS wel. Deze webfeed wordt vooral gebruikt bij blogs, fora of nieuwssites om telkens op de hoogte te kunnen zijn van het laatste artikel/nieuws.
Mooi instrumentje. Handig vooral, zeker voor wie veel sites frequenteert.
Helaas toch ook wat teleurstellend. Want in de bovenstaande definitie wringt het schoentje namelijk bij het woord ‘laatste’. Enkel de laatste posting verschijnt. En dat kan een blogger parten spelen wanneer hij twee stukjes kort na elkaar oplaadt.
Ik deed gisteren de test.
Eerst postte ik dit wervende schrijfsel. Zo goed als meteen daarna dit luchtige niemendalletje. Wat bleek? Het luchtige niemendalletje werd tegen het eind van de dag 72 maal bekeken en de eerste pennenvrucht welgeteld 0 (nul!) keer. Pas in het laatste halfuur werd het zes keer aangetikt, ongetwijfeld door nog op de ouderwetse manier surfende lezers die, bijvoorbeeld, minutieus een blogroll afgaan.
Een tijd gelezen las ik in een reactie op een blog: “Wie gebruikt er nu nog een blogroll? Heeft niet iedereen allang RSS?”
Klaarblijkelijk niet, dus. En eigenlijk is dat niet eens zo slecht, getuige het bovenstaande testje. Maar ook: wie RSS gebruikt bezoekt in feite geen blogs meer, maar doorbladert schrijfsels. Layout, header, extra pagina’s en kantlijninfo komen alzo te vervallen.
Daarom mijn vraag – want ik ben een bijzonder onwetende ziel aangaande die dingen: bestaat er een RSS-feed die, pakweg, de laatste drie of vijf berichten van een blog toont? En vooral: dewelke?

One for the road

2009 oktober 15
door Menck

Mij zult u niet vlug het woord verveling in de mond horen nemen. Zelfs niet op momenten dat ik volstrekt niets omhanden heb.
Zulk een moment bood zich afgelopen weekend aan. Mijn madam had die avond de plaat gepoetst, zodat ik onze doening geheel te mijner beschikking had. Toen het begon te duisteren liet ik de rolgordijnen neer, ontstak ik twee kaarsen en schonk me een Menck in. Dat kan u vreemd toeschijnen, doch mijn alias is tevens een liquide magnificentie. Cool, niet? Zeker met een ijsblokje.
Bon. De mogelijkheden ter zelfverstrooiing binnen vier muren waren legio. Gezeten in mijn oude kalfslederen fauteuil overliep ik in gedachten diverse potentiële avondlijke eenpersoonsactiviteiten, zoals daar zijn: een boek ter hand nemen, televisiekijken, internetten, badderen, suffen op de sofa, de lavabo ontstoppen, masturberen, een vriendin opbellen, een combinatie van de voorgaande twee, muziek beluisteren, een joint rollen, stofzuigen, een biografie schrijven, een DVD in de lader schuiven, de poezen pesten, een tekening afwerken, de yucca verpotten, mijn gsm herladen, mijn schoonmoeder een virus mailen of een cd samenstellen. L’embarras du choix.
Na een beraad dat welgeteld vierenhalve seconde in beslag nam, opteerde ik voor het laatste alternatief, overwegend ingegeven door een jeugdfavorietje dat ik die dag al meermaals had lopen fluiten. En aldus ging ik voor niet minder dan een momentane Best Of mijner meest bewogen jaren. Tien nummers volstonden, net als op de LP’s destijds.
Ik nam een slok van mijn glas, sloot mijn ogen en grasduinde het komende anderhalf uur memoriegewijs in de discotheek van mijn jeunesse. Dit is wat er, zo ergens rond het middernachtelijk uur, op een smetteloos blinkende disk werd gebrand:

En nog een bonus, vaneigens:

Doodgereden? (II)

2009 oktober 15
door Menck

(Vervolg van)

Op het internet is niets zeker, natuurlijk.

[ Foto: Menck ]

Doodgereden?

2009 oktober 14
door Menck

Of zelfmoordzonnebadend?

[ Foto: Menck ]