Het bedwelmende aroma der rotting

2009 november 10
door Menck

Het enige levende wezen dat ik zondag na een uur wandelen ben tegengekomen, was een fazant. Fijn zo. Wandelingen met een ‘alleen op de wereld’-gevoel vind ik lichtelijk fantastisch. Ik verliet het bos en stapte over een veld maïsstoppels naar het water.
De stroom meanderde tussen ijle bosschages. De struiken hadden duidelijk hun haar losgegooid en ermee naar alle kanten gezwierd. Berm en oever waren bezaaid met rood, geel, oranje, bruin, hoog-, koren- en vlasblond. Alleen de herfst kan zo uitbundig, zo vol overgave, zo in verrukking over zichzelf, zo overweldigend de natuur verleiden tot afscheid nemen.
En dan die geuren. Geuren die ik lieer aan de composthoop na een fikse regenbui. Of aan zwarte veenmolm waar schimmelende houtpulp doorheen werd gewerkt.
Wie zich lyrisch uitlaat over de herfst, sleurt er alras kleuren bij. Niet zelden mondt zulks uit in een clichématig woordgebruik en een te schrale najaarsschets. Dat is jammer, want in tegenstelling tot de kleuren drukken de geuren het ganse seizoen lang hun stempel op de natuur. De herfst is dan ook in de eerste plaats rotting, maar dan wel het soort rotting waar ik met graagte mijn longen mee vul. Geen weeë en misselijkmakende doodsodeur, maar een natuurlijk bouquet van natte bladeren, paddenstoelen en rijke, donkere aarde. Het wierookt in het hout, beschreef Felix Timmermans de herfstgeur ooit. Zo is het maar net, dacht ik toen ik me doorheen de heesterskeletten werkte om bij het water te raken.
Wijl de zon de einder kuste, gleed een eend voorbij. Het kan ook een waterhoen geweest zijn; vormen en tonen waren aan het vervagen door de gestaag dimmende dag. Het beest liet zich meedrijven op de trage stroom. Geen gepeddel, geen lawaai.
Op een verdwaald stuk beton, zowat het enige onnatuurlijke gegeven in dit verder volkomen idyllische plaatje, ging ik zitten. Ik nam mijn camera ter hand en scrollde doorheen de paddenstoelenfoto’s die ik op mijn promenade had geflitst. Plaatjes die meer dan waarschijnlijk enkel zouden dienen tot capaciteitsconsumptie mijner harde schijf. Ik herkende een inktzwam en een vliegenzwam en nog zes andere fungi. Mijn kennis van paddenstoelen is beperkt tot twee soorten, moet u weten. Nee, wacht: drie als ik de champignon meereken.
Even na vijf breide ik een einde aan mijn uitstap middels een kiek van de magistrale gloed waarmee de avond zijn intrede deed. Vijf volle minuten aanschouwde ik dit arcadische tafereel. Moest ik niet zo’n harde zijn, ik plengde een traan van opperste geluk.

 

 

 

 

[ Foto's: Menck | Alle foto's aanklikbaar ]

Gewoon…

2009 november 9
door Menck

… omdat het simpelweg ijzersterk is.

Knap versus Belle

2009 november 7
door Menck

Wat een knap kind is die Geike Arnaert toch. Knap en getalenteerd en West-Vlaams; geen uitzonderlijke combinatie, natuurlijk. Ze staat niet veel in de roddelblaadjes, want mijn vader kent haar niet. Mijn vader is een verstokte roddelblaadjeslezer, moet u weten. ‘Mijn toiletlectuur’ noemt hij die pulp. Vraag hem wie Bono is, of Mariah Carey, of desnoods Dani Klein en hij zal u meteen op de hoogte brengen van hun laatste wapenfeiten. Als mijn vader iets leest, dan memoriseert hij het quasi meteen. Ook de gezichten, want onlangs was U2 op televisie naar aanleiding van hun Berlijnse concert aan de Brandenburger Tor en meteen was mijn pa’s repliek: “Daar zie, den Bono.”

Maar Geike kent hij dus niet. “Nog nooit van gehoord,” schokschouderde hij toen ik gisteren melding van haar maakte.
“Schande, pa, want dat is pas een juffrouw met talent. Schoon madam bovendien.” Dat laatste vermeldde ik er met opzet bij omdat zulks mijn vaders nieuwsgierigheid bovenmatig prikkelt. In dat opzicht ben ik duidelijk een aardje naar mijn vaartje.
“Vroeger speelde ze bij het Belgische Hooverphonic,” vervolgde ik, “maar ze is het daar afgebold. Nu ja, dat verwondert me eigenlijk niet, want samenwerken met Alex Carlier moet geen makkie zijn.”
“Tiens, is dat die gast met al zijn gitaren thuis? Die naam zegt me iets.”
“Zou kunnen, pa. Ik weet alleen dat hij een eigen opnamestudio bezit.”
“Maar ja, die is het. Naar verluidt is dat een vent met een poetsziekte. Een zenuwpees, schijnt het.”
“Welaan dan, de zangeres uit zijn groepje, de ex-zangeres dus, is Geike Arnaert. Die moet je dan toch kennen? Lang, blond, scherp gezicht, grote kijkers. Nee?”
“Nee.”
Het verwonderde me eigenlijk niet. Geike Arnaert trad bij Hooverphonic zelden op de voorgrond, tenzij op het podium dan. Ze heet verlegen te zijn. Wellicht bloost ze ook lief. Dat laatste fantaseer ik er met graagte bij. Knappe, verlegen en blozende meisjes zijn een zeldzame soort geworden, hetgeen ik ten zeerste betreur.
“Weet je welke zangeres er in míjn tijd knap was? En dan bedoel ik écht knap, hè. Niet zoals die poppemiekes die je vandaag op de televisie ziet en die stuk voor stuk denken dat ze je van het zijn. Nee, ik heb het hier over iemand voor wie de mannen wereldwijd bij bosjes in zwijm vielen. Enfin, bij wijze van spreken dan, want mannen waren toen nog geen mietjes zoals nu.”
“Merci, hè. En nee, ik weet niet over wie je het hebt. Brigitte Bardot?”
“Heb ik het over konijnen? En daarbij, dat was een actrice, geen zangeres.”
“Zeg het maar.”
“Françoise Hardy. Pas op, ik spreek over de jaren zestig, hè.”
“Al van gehoord, ja. En ook nog wel eens iets van gehoord op de radio. Tous les garçons et les filles de mon âge, is dat niet van haar?” Ik neuriede het refrein.
“Absoluut, absoluut. Jammer dat ik je geen foto kan laten zien. Dat was nogal iets anders dan die, eh, Geirnaert?”
“Geike Arnaert, pa. En trouwens, je kent haar niet eens, hoe kun je dan vergelijken?”
“Doet er niet toe, ik ben het wel zeker. Niks kan tippen aan Françoise Hardy. Enfin, kón, want dat mens is waarschijnlijk allang dood nu. Qu’elle est belle, mon fils.”
“Qu’elle était belle, vadertjelief.”
“Huh?”

Thuisgekomen ben ik wat gaan googelen. La Hardy leeft nog, maar ze is zwaar ziek. Bovendien had mijn vader absoluut gelijk wat haar jaren ’60-periode betreft: what a stunning beauty! Of Geike Arnaert aan haar kan tippen qua schoonheid ben ik allang niet meer zeker. Al zal ik dat natuurlijk nooit toegeven tegenover mijn ouwe.
Edoch, oordeelt u vooral zelf:

Value for money

2009 november 4
door Menck

De übervriendelijke wegenwachter – volgens mij worden die mensen gehypnotiseerd dan wel gedrogeerd alvorens uit te rukken – velde na twintig minuten grondige inspectie een verdict dat slechts bij monde van een waarlijk gediplomeerd automechanicus kan worden overgebracht: “Hij start niet meer.”
Ik zag het al voor me: de hemelse kapok was met hoosbuien bezwangerd en ik zou te voet huiswaarts mogen keren.
“De oorzaak is een dienstweigerende klep in de brandstofpomp”, gaf hij me mee. “Kleinigheidje, hoor. Maar ik heb niet van ieder merk al de kleppen bij, dat begrijpt u.”
Ik begreep het.
Abschleppen?” stelde hij vervolgens voor. “Binnen een straal van twintig kilometer is het zelfs kosteloos. Waar bevindt uw garage zich?”
Hij zocht het adres op in zijn gps-systeem. “Het is waarachtig uw geluksdag”, zei hij grijnzend. “19,9 kilometer op de kop af.”
Vijf minuten later reed de gele takelwagen onder een vuurwerk van zwaailichten de straat uit. Achterop bengelde mijn bakbeest. Nauwelijks driehonderd duizend kilometer en reeds pech; ’t is godgeklaagd met die nieuwerwetse techniek.

Meteen kondigde de eerste plensbui zich aan. Ik had twee paraplus bij me. Hád, inderdaad: ze bevonden zich in de kofferbak die op dat eigenste moment tweehonderd meter verderop achter de bocht verdween. Ik vluchtte de bakkerij binnen.
“Een koffiekoek, Cynthia.”
“Zo, jij bent vlug terug, Menck. Zo’n grote honger?”
Serpent. Ze had door het vitrineraam nauwgezet de sleepwerkzaamheden gadegeslagen.
“Och, kijk, en het regent, verdorie”, merkte ze smalend op terwijl ze in een trage, theatrale beweging haar blik richting de vitrine stuurde.
“Je koffiekoeken smaken bitter, Cynthia. Laat me raden: je hebt er gif in gespuwd?” Ik ging tegen de toonbank leunen.
“Grapje, Menck. ’t Is sterker dan mezelf, vrees ik. Deze is van mij, trouwens.” Ze wees naar de koffiekoek in mijn hand.
“Dank je, Cynth. Je bent dan toch zo slecht niet als er wordt beweerd.”
“Wie…?” Toen hield ze in. “Pestkop.”
Ik bestelde nog een koffiekoek. Het regende ondertussen oude wijven.
De winkelbel rinkelde. André kwam binnengestapt, druipend als een slecht uitgewrongen zeemvel. Zijn auto stond nochtans maar aan de overkant van de straat geparkeerd.
“André!” kraaide ik. “Je komt als geroepen. Ik heb een lift huiswaarts nodig.”
“Ben jij te voet in dit hondenweer?” kraste André weinig stemvast. ’s Mans stembanden waren jaren geleden naar de filistijnen geholpen door het nuttigen van een glas White Spirit dat hij abusievelijk voor water had gehouden.
“Autopech. Mijn kar is zopas weggesleept door de wegenwacht. En ondertussen moest ik het doen met dit bijzonder vlegelachtige gezelschap hier.” Ik wees op Cynthia die André thans van een kleintje volkoren voorzag.
“Voorwaar twee onmiskenbare kwellingen,” ginnegapte André.
“Mijn winkel uit, beulen,” commandeerde Cynthia gespeeld verongelijkt.

“Hoe voelt dat, zo eens in een degelijke auto te zitten?”
André’s wagen was tweeëntwintig en visueel een potsierlijke melange van stickers, doffe lak en roestplekken.
“Let maar op de weg, jij,” riep ik hem tot de orde.
“Nog maar drie keer een garage vanbinnen gezien,” ging hij onverstoord verder. “Als hij het miljoen kilometer haalt, was ik hem eigenhandig met een fles Moët & Chandon.”
“Sure. Ik hoop dat je dat ooit nog mag beleven, maat,” repliceerde ik schimpend. “Maar ik vrees ervoor. Die Franse koekdozen zijn niet bepaald gekend voor hun hoge kilometerstanden.”
“Als het even meezit: nog anderhalf tot twee jaar,” vervolgde André alsof hij me niet eens gehoord had.
“Hoezo, nog twee jaar?” Ineens was mijn belangstelling gewekt.
André liet zijn auto uitbollen tot vlak voor mijn oprit.
“Hier, kijk maar.”
Ik keek. En herkeek.
“Mag ik daar eens een foto van nemen?”
“Tuurlijk. Ga je gang.” In zijn krasstem klonk duidelijk trots door.
En alzo geschiedde.

Waar is hier de nooduitgang?

2009 november 4
door Menck

Mijn schare trouwe lezers van weleer is, op enkele uitzonderingen na, wijlen. Nieuwe namen treden niet naar voor.
Het is een tendens die niet enkel op deze blog van toepassing is, maar zoetjesaan aan het uitgroeien is tot een trend, zelfs al laat dat begrip normaliter een zoete smaak na.
Ook de scribenten laten in aantal een val optekenen, al is dat niet noodzakelijk altijd droevig nieuws. Toch is het een onmiskenbaar teken aan de wand dat de blogosfeer aan het doodbloeden is. Waar het door komt, daar komt het door. Ik waag me niet langer aan analyses die, zo is gebleken, toch nergens toe leiden.
De nieuwe schare communicatieve webtoepassingen laat me koud. U mag deze desinteresse voor mijn part aan mijn leeftijd wijten. Anders wel aan de oprukkende verkleutering van het interactieve medium. Ik hou me alleszins afzijdig.
Rijst onvermijdelijk de vraag: heeft het nog zin, dat geblog? Wijs me er gerust op dat het een vraag is die ik in het verleden reeds meermaals heb gesteld. Bemerk daarbij echter dat de situatie nog nooit zo diep in het slop heeft gezeten als nu.

Laat ik maar ’s een noodvergadering in het leven roepen.
Achter gesloten deuren.
Me, myself and I.

Tilt-shift = fun!

2009 november 2
door Menck

Op (digitale) foto’s de werkelijkheid omvormen tot een schaalmodel wordt tilt-shiften genoemd. Dat resulteert in beelden die zo uit Madurodam, Legoland of de speelgoedfolder van de Fun geplukt lijken.
Er bestaan tal van ’tilt-shift’-sites waarop je elkaars resultaten kunt bewonderen, resultaten die doorgaans middels Photoshop werden verkregen. Edoch, het kan eenvoudiger: met het makkelijke en geheel kosteloze TiltShiftMaker.
Tip: kies een foto die veel achtergronddetails bevat en focus op één centraal iets of iemand.
Ik heb me ook een wijl geamuseerd, kwestie van deze herfstige maandag toch enigszins vrolijk in te leiden.

Feest in de wijk:

Mijn madam in Planckendael:

Ophogen der duinen middels graafmachine:

Huwelijksfeest van een vriend:

Nek-aan-nekrace:

Sloepje vaart Oostende-haven binnen:

[ Foto's: Menck ]

Stokje: ‘Honest Scrap’

2009 oktober 22
door Menck

‘Honest Scrap’ slaat natuurlijk nergens op. Toch niet als u het mij vraagt. Googelen op ‘scrap’ levert mij tal van plaatjes van bedenkelijk allooi op: infantiele, plakboekachtige toestanden die me linea recta terugzenden naar mijn kleutertijd alwaar ik verplicht was met een tube lijm, papier en een bussel wollen draadjes mijn creativiteit te botvieren op een expressie naar keuze tot meerdere eer en glorie van het nakende schoolfeest. Maar ach, het kind moet een naam hebben, natuurlijk. Ik hou het gemakshalve maar op het zoveelste stokje dat de blogosfeer aandoet, een fenomeen dat vooral te aanschouwen valt in tijden van collectieve schrijfarmoede.
Laat ik dan maar vooral honest wezen, temeer daar Elke me dit stokje toewierp. Voor Elke heb ik een boontje. Niet alleen is ze erg knap en bijzonder intelligent, maar ze bloost ook zo alleraardigst. Ik verdenk haar er zelfs van lief te zijn. Bovendien heb ik nog twee Leffe’s van haar tegoed, dus kan ik zelf ook maar beter lief zijn.
Tien zaken die u, bloglezer, nog niet over me wist, alzo luidt de opdracht. Dat wordt geheugengraven. Neemt u me niet kwalijk mocht u hier en daar dus een trivialiteit bespeuren.

1. Ik verafschuw gel- ofte kunstnagels bij vrouwen. U weet wel: van die spoilerachtige en doorgaans felgekleurde plastic aanzetstukjes die middels een ondefinieerbare specie op de natuurlijke vingernagels aangebracht worden ter verlenging ervan. Of er ook modellen voor teennagels op de markt zijn, weet ik niet. Bespaart u me overigens die gruwel.
Gelnagels associeer ik met termen als vadsig, dellerig, vies, onhandig en acht ik – zeker in bepaalde toestanden waar de nodige voorzichtigheid gewenst is – ook ronduit gevaarlijk. Daarenboven zijn gelnagels zó verschrikkelijk 2008.

2. Ieder jaar bedien ik me noodgedwongen van een ander gsm-nummer. Mijn bel- dan wel sms-frequentie ligt zo ontzettend laag dat ik niet eens een hele belkaart per jaar behoef. Proximus vindt dat niet fijn, want ze melden me – en ik citeer: “U dient ten laatste te herladen voor 13 oktober 2009 indien u wenst te blijven bellen.” Dat was vorige week.
Lap.

3. Dertien jaar geleden viel ik in slaap achter het stuur. Met mijn oude Golfje heb ik alzo niet bepaald subtiel een boom omhelsd. Het autootje was omzeggens total loss en ook ik was behoorlijk verhakkeld. Alleen de boom kwam er vrij ongeschonden uit: hij was slechts drie blaadjes kwijtgespeeld door de slag.
Het was de tijd dat airbags nog geen gemeengoed waren en harde stuurwielen wel. Ik heb minstens vijf weken lang Jacques Vermeiregewijs kaarsen uitgeblazen, om maar eens iets te noemen.
Een bevriend mecanicien vond het een fijne uitdaging om het zwaar vervormde vehikel – er stonden toen +200.000 kilometer op de teller – alsnog rijklaar te stomen, iets waar hij bovendien wonderwel in slaagde. Bijzonder professioneel was het allemaal niet, maar de keuringsdienst maakte geen enkel bezwaar. Het taaie ding heeft me nog mobiel gehouden tot de kilometerteller 420.000 aanwees.

4. Mijn eerste huisdier luisterde naar de naam Pica, was brutaal en lief tegelijk en heeft ruim anderhalf jaar dagelijks aan mijn zij geleefd: een gitzwarte kraai. Ik vond ze gewond als jong, liet ze door de dierenarts opkalefateren en stond vervolgens wekenlang toegewijd in voor haar verdere verzorging. Als dank verkoos ze mijn gezelschap boven dat van soortgenoten, ook al was de ouderlijke tuin haar slaapplaats. Al die tijd gingen we ‘Jommeke en Flip’-gewijs door het leven. Pas toen ze slechts om de week nog eens op mijn schouder landde, wist ik dat ze meer van de wereld wilde zien. Ze kreeg mijn zegen terwijl ik tranen met tuiten huilde. Ik was tien.

5. Ik hou hoe langer hoe meer van het alleen-zijn. Waar ik vroeger een sociale vogel avant la lettre was, trek ik thans steeds frequenter een muur om me heen op. Ik wijt het te enen dele aan mijn gestaag groeiende minderwaardigheidscomplex en te anderen dele aan mijn immer slinkende vertrouwen in de mensheid. Allicht speelt de leeftijd ook wel een rol, al steekt mijn madam het dan weer op de zich heden manifesterende gevolgen van mijn vroegere exuberante lijmgesnuif, overmatige weedgerook en excessieve rumgebruik. Thans snuif ik nog enkel rum en dat gaat me stukken beter af. Af en toe eet ik zelfs al eens een boterham.

6. Dé vrouw in mijn leven is, tot nader order, nog steeds mijn moeder. Vergis u niet: ik ben allesbehalve wat ze een moederskindje noemen, doch wel het übertrotse evenbeeld van mijn verwekster, uiterlijk zowel als innerlijk. Eigenlijk ben ik mijn moeder zonder tieten en met een piemel. Alleen mijn haar is anders: mijn spleet ligt in het midden.
Ik heb ook een vader. Waarvan akte.

7. Moest ik morgen uit het leven gerukt worden, dan zou ik daar absoluut vrede mee kunnen nemen. Liefst razendsnel en geheel pijnloos, als het even kan. Wat mij betreft heb ik alles meegemaakt en bovendien oeverloos genoten. Wat voor me ligt zal hoogstens nog een doorslagje zijn van wat ik heb gehad. Er zijn al herhalingen genoeg op de televisie, dacht ik zo.

8. Wat ik, vooraleer bovenstaand puntje zich voltrekt, wel nog eens wil meemaken, is een dag een vrouw zijn. Laat ik u van het waarom maar geen deelgenoot maken; dit is een deftige blog. Eén ding wil ik u wel toevertrouwen: ik zou geen gelnagels oplijmen. En ook: langer dan vierentwintig uur hoeft het echt niet te duren.

9. Bram stelde me in dit reactieluik de vraag of ik vroeger ook zo’n typisch new-wavekapsel had. Het antwoord is neen. Mijn hoofd was toentertijd, gedurende zowat anderhalf jaar, getooid met een hanenkam. Geen felgekleurd of stijfpuntig specimen, maar een soortement van halflangharige middenberm dwars over mijn verder kale bol. Lekker stoer en heerlijk rebels vond ik dat, al was niet iedereen die mening toebedeeld. Maar kijk, ik behoorde tot ‘het volkje’, hoe stom dat zoveel jaren na datum ook moge klinken.

10. Wat eten betreft, ben ik een bijna-omnivoor. Slechts één iets kan, zacht uitgedrukt, mijn sympathie niet wegdragen: zurkelpuree.

Zo. De rest is voor een volgende keer. Als u eens meer tijd heeft.
Dit stokje moet luidens de regels worden doorgegeven aan tien bloggers die het nog niet mochten ontvangen. Enige vorm van motivatie is daarbij gewenst.
Het kleinood waart echter al zolang doorheen de blogosfeer dat zulks een moeilijke taak wordt. Ik beperk me dientengevolge ook tot slechts vijf gegadigden:

1. Muggenbeet. Fijne blogger. Lijkt me een sympathieke mens bovendien. Reden genoeg om hem wat beter te leren kennen.

2. Tijdtussendoor. Bij momenten wil ik haar doodknuffelen. Niet letterlijk, vaneigens.

3. Chelone. Sinds eeuwen een vriendin. Bijzonder boeiende madam.

4. Aïda. Harde tante. Ruwe bolster. Ik wil de blanke pit leren kennen, maar tevens vrees ik dat ze dit stokje boudweg naast zich zal neerleggen.

5. Georgina. Omdat ik haar aanwezigheid mis. En ze teveel een gesloten boek blijft, tiens.

La boîte d’amour

2009 oktober 21
door Menck

“Een stoppelbaard staat je echt niet. Ik kom hem morgen afscheren,” zei ze.
We zaten in de cafetaria van de bowling. Mijn vrienden waren met haar vriendinnen baan 3 onveilig aan het maken. Wij verkozen elkaars gezelschap.
“Zal wel,” repliceerde ik terwijl ik lachte om haar amechtige versierpoging.
De dag erop stond ze voor de ouderlijke deur. We trokken naar de tot muziekhok verbouwde kelder alwaar ze effectief de daad bij het woord voegde.

Ik grijns terwijl ik haar eerste brief terug openvouw. Die arriveerde kort na de bewuste scheerbeurt. Hij dateert van 1983, zie ik nu. Zestien was ik toen. Zij was een jaar jonger. Ze zou me nog welgeteld vijf brieven sturen, allen even pueriel passioneel. Daarna – we waren toen twee weken ouder – hield ze onze relatie voor bekeken. Vurige hartstocht was op die leeftijd nog geen lang leven beschoren.
De doos die ik op mijn schoot hou bevat honderden brieven. Uitgesponnen epistels, kattenbelletjes en gedichten. Op maagdelijk blanke of ruitjes- dan wel lijntjesvellen, op de keerzijde van zwart-witkopies onzer toenmalige idolen en op met zeemzoeterige aquarelletjes voorbedrukt briefpapier. De eerste dateert van 1983, de laatste van 1992. Met een viltstift heb ik indertijd ‘La boîte d’amour’ op de doos geschreven. Dat gebeurde voorzeker tijdens mijn Franse periode met Véronique.

Brieven, verdorie. Het zal jongere lezers allicht als de prehistorie toeschijnen. Handgeschreven brieven en kabeltelefonie; daar moest een verliefd stelletje het destijds mee doen qua afstandscommunicatie. Het had zeker zijn charmes. En alles is, ook na zesentwintig jaar, nog even tastbaar als toentertijd. Alleen de geur van enkele in die dagen letterlijk in zoet parfum gedrenkte vellen is allang vervlogen.
En dan die handschriften. Ronde letters met bollen in plaats van puntjes op de i waren niet zelden afkomstig van meisjes wier buik voor de eerste maal door vlinders gevisiteerd werd. Hun hartroerselen werden veelal in rode balpen aan het papier toevertrouwd.
Onzekere grietjes hielden dan weer een liniaal onder hun schrijfstok wat resulteerde in een erg gekunstelde schriftuur. Eens ze je wat beter kenden, verwaterde of verdween die touchante stoethaspeligheid.
Enkel de meiden met pit hanteerden een krachtig en menigvuldig naar rechts hellend handschrift en deden een beroep op blanco papier en de no-nonsense blauwe inkt die in die tijd gangbaar was. Is er een grafoloog in de zaal?

Nu ik zoveel jaren na datum die brieven herlees – een mens doet soms gekke dingen op een gure herfstavond – pluk ik de talloze deugden, onhebbelijkheden, gezichten en zelfs stemmen dezer elfen zonneklaar uit het vak Kalverliefdes in mijn hoofd. Ik herinner me hoe ze lachten, kusten, dansten of vreeën. De historiek mijner amoureuze spes patriae ontrolt zich glashelder voor mijn geestesoog. Wat een vale doos vol beduimelde schrijfsels al niet vermag.

Grijnst u vooral even mee met deze leutige extracten uit mij toegestuurde tijdingen:

Het onbereikbare verlangen:

De knullige onverschrokkenheid:

De doemende derving der deugden:

Snellevingerwerk

2009 oktober 20
door Menck

Aanschouw en aanhoor het betere snellevingerwerk: exact tien eighties-hits pianogewijs op een ononderbroken rij.
Wie plempt ze alle tien correct in het reactieluik?

Bedelst(r)af

2009 oktober 19
door Menck

Hij zat op een lappendeken, droeg een haveloze jeans en een polo van Bikkembergs. Zijn voeten staken bloot in afgetrapte bottines.
“Een klein beetje, meneer. Niemand geeft.” Hij hield een plastic koffiebekertje voor zich uit.
“Niet moeilijk, vriend,” reageerde ik, waarna ik mijn hand in mijn jaszak liet glijden. Zijn blik volgde gretig mijn beweging. “Je zit op de verkeerde plaats.” Daarna diepte ik mijn pakje sigaretten op. In zijn ogen las ik thans teleurstelling.
“Verkeerde plaats? Wat bedoelt u, meneer?” Hij zette het bekertje naast zich neer.
“Hier komt simpelweg geen kat. Welke bedelaar gaat nu ook in zo’n verlaten steegje zitten?” Ik stak een sigaret op en inhaleerde diep.
“De politie jaagt me weg uit de winkelstraat.” Hij schudde zijn hoofd enigszins theatraal waarna hij een overdreven diepe zucht slaakte.
“Logisch.”
“Hoezo, meneer?”
“Hoezo? Moet je jezelf eens bekijken, man. Je bent vies, ongeschoren, je haren hebben waarschijnlijk in geen weken een drup water gezien en bovendien stink je. Ja, kijk maar niet zo ontzet. Je stinkt echt. Ik ruik het terwijl ik op meer dan twee meter van je af sta. En dan verwonder je je erover dat je uit de winkelstraat geplukt wordt? Denk toch eens twee seconden logisch na.” Ik blies de as van mijn sigaret. De kegel landde voor zijn voeten.
“Ik hou niet van uw toontje, meneer.”
Ik wilde net een trek van mijn sigaret nemen doch liet deze terug zakken.
Wát zei je?”
“Dat ik liever niet heb dat u zo tegen me praat.” Zijn stem klonk plots een stuk gedempter.
“Nee, dat zei je niet. Het klonk helemaal anders. Was het niet eerder iets à la ik hou niet van uw toontje?” Ik gooide mijn sigaret op de grond en plantte er mijn voet op.
Hij boog zijn hoofd en zweeg.
“Je tong verloren, bedelaar? Of werd je daarnet opeens iets te overmoedig?”
Hij bleef zwijgend voorovergebogen zitten. Ik deed drie stappen tot ik vlak voor hem stond. Vervolgens haalde ik uit met mijn linkervoet. Ik trof hem vol op zijn kin. Zijn hoofd sloeg in een ruk achterover en knalde tegen de gevel waartegen hij zat.
“Alstublieft, niet doen. Niet doen!” Hysterie had bezit genomen van zijn stem. Met beide handen omvatte hij zijn achterhoofd, onderwijl de meest uiteenlopende pijngrimassen trekkend. Op zijn rechterwang biggelde een traan.
“Je was niet bepaald galant tegen me daarnet, bedelaar.”
“Het spijt me vreselijk, meneer. Echt, het…” Hij begon te snikken. Uit zijn neus bungelde snot.
Ik hurkte voor hem neer. “Kijk jij nooit naar de mensen als je tegen ze praat? Dat is redelijk onbeleefd, moet je weten.”
Hij richtte angstvallig zijn hoofd op en liet zijn handen in zijn schoot zakken. Aan een ervan kleefde bloed.
“Weet je, ik ben geen rancuneus mens. Meer nog: ik wil je echt wel helpen, oké?”
Hij staarde me aan met wijdopen ogen.
“Oké?”
“J-ja, meneer.”
“Laat ons wel wezen: jij hebt helemaal geen geld nodig. Wat jij nodig hebt, is verlossing. Verlossing uit dit miezerige bestaan. Klopt dat?”
“Ja, meneer. Ja.” Hij ging iets hoopvoller kijken.
“Welaan dan, die kan ik je geven. Dan hoef je nooit ofte nimmer meer te bedelen. Aan bedelaars heeft deze maatschappij namelijk helemaal niks, behalve last dan. Dat begrijp je toch wel?”
Hij knikte terwijl zijn blik de mijne vasthield.
“Eén ding wil ik echter van je weten.”
“W-wat, meneer?”
Wil je dat ik je hieruit help? Wil je dat écht?”
“Ja, meneer. Ja, dat wil ik. Dat wil ik zo verschrikkelijk graag!” Hij ging rechtop zitten en nam mijn handen in de zijne.
“Laat dat, maat.”
Geschrokken trok hij zijn handen terug, een onduidelijk excuus mompelend.
“Sluit je ogen en denk aan wat je werkelijk nodig hebt.” Ik voelde een kramp in mijn kuit opkomen van het langdurig hurken.
De bedelaar sloot zijn ogen. Daarna keek ik snel om me heen.
Ik glimlachte toen ik met een harde doch precieze beweging de Wusthof Classic in zijn hartstreek dreef. Het gekartelde lemmet drong de volle drieëntwintig centimeter bij hem binnen.

RSS

2009 oktober 15
door Menck

Iedereen kent onderhand RSS wel. Deze webfeed wordt vooral gebruikt bij blogs, fora of nieuwssites om telkens op de hoogte te kunnen zijn van het laatste artikel/nieuws.
Mooi instrumentje. Handig vooral, zeker voor wie veel sites frequenteert.
Helaas toch ook wat teleurstellend. Want in de bovenstaande definitie wringt het schoentje namelijk bij het woord ‘laatste’. Enkel de laatste posting verschijnt. En dat kan een blogger parten spelen wanneer hij twee stukjes kort na elkaar oplaadt.
Ik deed gisteren de test.
Eerst postte ik dit wervende schrijfsel. Zo goed als meteen daarna dit luchtige niemendalletje. Wat bleek? Het luchtige niemendalletje werd tegen het eind van de dag 72 maal bekeken en de eerste pennenvrucht welgeteld 0 (nul!) keer. Pas in het laatste halfuur werd het zes keer aangetikt, ongetwijfeld door nog op de ouderwetse manier surfende lezers die, bijvoorbeeld, minutieus een blogroll afgaan.
Een tijd gelezen las ik in een reactie op een blog: “Wie gebruikt er nu nog een blogroll? Heeft niet iedereen allang RSS?”
Klaarblijkelijk niet, dus. En eigenlijk is dat niet eens zo slecht, getuige het bovenstaande testje. Maar ook: wie RSS gebruikt bezoekt in feite geen blogs meer, maar doorbladert schrijfsels. Layout, header, extra pagina’s en kantlijninfo komen alzo te vervallen.
Daarom mijn vraag – want ik ben een bijzonder onwetende ziel aangaande die dingen: bestaat er een RSS-feed die, pakweg, de laatste drie of vijf berichten van een blog toont? En vooral: dewelke?

One for the road

2009 oktober 15
door Menck

Mij zult u niet vlug het woord verveling in de mond horen nemen. Zelfs niet op momenten dat ik volstrekt niets omhanden heb.
Zulk een moment bood zich afgelopen weekend aan. Mijn madam had die avond de plaat gepoetst, zodat ik onze doening geheel te mijner beschikking had. Toen het begon te duisteren liet ik de rolgordijnen neer, ontstak ik twee kaarsen en schonk me een Menck in. Dat kan u vreemd toeschijnen, doch mijn alias is tevens een liquide magnificentie. Cool, niet? Zeker met een ijsblokje.
Bon. De mogelijkheden ter zelfverstrooiing binnen vier muren waren legio. Gezeten in mijn oude kalfslederen fauteuil overliep ik in gedachten diverse potentiële avondlijke eenpersoonsactiviteiten, zoals daar zijn: een boek ter hand nemen, televisiekijken, internetten, badderen, suffen op de sofa, de lavabo ontstoppen, masturberen, een vriendin opbellen, een combinatie van de voorgaande twee, muziek beluisteren, een joint rollen, stofzuigen, een biografie schrijven, een DVD in de lader schuiven, de poezen pesten, een tekening afwerken, de yucca verpotten, mijn gsm herladen, mijn schoonmoeder een virus mailen of een cd samenstellen. L’embarras du choix.
Na een beraad dat welgeteld vierenhalve seconde in beslag nam, opteerde ik voor het laatste alternatief, overwegend ingegeven door een jeugdfavorietje dat ik die dag al meermaals had lopen fluiten. En aldus ging ik voor niet minder dan een momentane Best Of mijner meest bewogen jaren. Tien nummers volstonden, net als op de LP’s destijds.
Ik nam een slok van mijn glas, sloot mijn ogen en grasduinde het komende anderhalf uur memoriegewijs in de discotheek van mijn jeunesse. Dit is wat er, zo ergens rond het middernachtelijk uur, op een smetteloos blinkende disk werd gebrand:

En nog een bonus, vaneigens:

Doodgereden? (II)

2009 oktober 15
door Menck

(Vervolg van)

Op het internet is niets zeker, natuurlijk.

[ Foto: Menck ]

Doodgereden?

2009 oktober 14
door Menck

Of zelfmoordzonnebadend?

[ Foto: Menck ]

Waterwereldwandeling

2009 oktober 14
door Menck

God weet dat ik de soliditeit van een honkvast bestaan koester als de stevige glazen boterham in mijn stamcafé. Toch dateert mijn laatste reis – een uitje doorheen niet minder dan vijf continenten – pas van afgelopen week. Vanuit Europa trok ik via Amerika over Afrika en Azië tot diep in Australië. Bedoeling was om aldaar op vrij korte tijd het leven van fauna en flora in en om het water met menig zucht van genot te aanschouwen. Dat is me gelukt. In nauwelijks twee uur, zelfs.
U begrijpt het: ik heb geen vliegtuig vanbinnen gezien. Wel een expositieruimte. Een ruimte die aangekleed werd door begeesterde en geheel onbezoldigde dilettanten wier doel het al drie generaties lang is om de liefde voor watervivaria op eenieder over te dragen. Dat ze daarbij moeite noch middelen sparen blijkt uit hun ronduit indrukwekkende ‘Aqua Terra Expo die nog tot en met aanstaande zondag op de mensheid wordt losgelaten. Het resultaat is een uitgekiende mix van beeldende en fotografische kunst in combinatie met een realistische visie op het (onder)waterleven van vijf werelddelen.

De vereniging achter dit alles is de vzw Skalaar uit het West-Vlaamse Torhout. Ze heet een aquarium- en vijververeniging te zijn, maar noem ze gerust een allround genootschap dat grote projecten nimmer heeft geschuwd. Zo ook nu, naar aanleiding hunner zestigste verjaardag, die op majestueuze wijze wordt gefêteerd. Alle vivaria aldaar werden eigenhandig gebouwd en ingericht. Sommige exemplaren zijn ronduit overdonderend, zoals onderstaande visie op het amazonewoud, opgetrokken over de volledige oppervlakte van een zaalpodium.

Aan de ‘Aqua Terra Expo’ ging drie jaar planning vooraf. De opbouw ervan nam twee volle weken in beslag. De vrucht is beklijvend. En nee, u hoeft echt geen kenner van de submerse wereld te zijn om u te kunnen onderdompelen in al dit fraais; platgewalst wordt u sowieso. Gaat dat zien, kortom.

Onderstaande bon bevat alle info. Klik erop, print deze uit en bezoek de tentoonstelling voor 2 in plaats van 3 euro!

[ Foto: Menck | aanklikbaar ]

Kalm alhier? Tien redenen waarom.

2009 oktober 7
door Menck

Melk-weg

2009 september 24
door Menck

Gisterenavond heb ik, middels een combinatie van onbehouwenheid en een in kalfsleder gestoken maat vijfenveertig, op geheel ongewilde wijze de melkprijsprotesten van de boeren gesteund.

Beetje spijtig natuurlijk, want morsen met eten is ethisch gezien not done. En dus heb ik terstond deze schandvlek aangepast.

Nog een geluk dat mijn glas intact bleef. Maar ach, je weet toch: melk, en je kan tegen een stootje.

Tot de schijt ons doodt

2009 september 23
door Menck

Tijdens de finale stuiptrekkingen van mijn eerste huwelijk gebeurde het wel eens dat ik een loopje nam met het begrip echtelijke trouw. Die laatste maanden was het woord scheiding al menigmaal gevallen en forceerden mijn ex en ik krampachtig het soort echtverbintenis dat nog het best met ‘tot de schijt ons doodt’ kon omschreven worden. Derhalve gingen we meermaals, geheel stilzwijgend, elk ons weegs, hetgeen het potentiële herstel van onze verbroken eenheid natuurlijk danig bemoeilijkte.
Er werd niet zwaar meer aan getild, want in gedachten hadden we elkaar al herhaaldelijk het huis uit getrapt, welgemikt en liefst zo gewelddadig mogelijk. In werkelijkheid ontweken we elkaar simpelweg. Zulks was, in zoverre ik het me nog rappelleer, een gemakshalve daad; onze beider voorraad liefdeslijm was toen reeds een behoorlijke wijl uitgeput.
Mede door deze penibele situatie begon een jarenlang gesmoord oerbesef steeds frequenter bezit te nemen van mijn geteisterde geest en mijn leemtevol lichaam: in elke man schuilt een jager. Op zulke momenten sprak ik, eenzaam gezeten op de rand van mijn huwelijk, stil voor me uit: “Je bent rijper geworden, Menck. Daardoor mogelijks zelfs aantrekkelijker. Maar hey, je wordt ook ouder en zwakker en je prostaat wordt er ook al niet gezonder op. Wat denk je?”

Ik dacht niet. Ik deed. Werktuiglijk, welhaast.
De eerste heette Ruth.
Ik trof haar in een schaarsverlichte bar alwaar ze naar eigen zeggen wel vaker kwam om middels enkele whiskycola’s haar aanvallen van weltschmerz de kop in te drukken. Dat ik daar een prima geneesmiddel voor had, vertelde ik haar. Dat ze wel kon vermoeden wat dat was, reageerde ze gevat. Dat we tenslotte van het beest met de twee ruggen deden, biecht ik u hierbij op.
Achteraf voelde ik me allerminst schuldig. Maar opluchting was er evenmin. Ik begon verdomme nog meer te denken aan hoe het tussen mijn vrouw en ik zo is kunnen mislopen. Dolend door de desolate stad bestelde ik ver na middernacht wezenloos een friet op de Grote Markt. Ik zette me in een nis van het belfort, plantte het warme bakje op mijn knieën en herinner me nog slechts dat mijn niet te stuiten tranenstroom de klodder mayonaise op mijn jeans deed spoelen.

De tweede heette Elsie.
Hier lagen de kaarten anders. Ik effectueerde de meest feilloze veroveringsdansen, bespeelde haar onafgebroken en haalde de lang gekerkerde poëet in me naar boven. Mijn spel intrigeerde haar en na menig uur bezweek ze voor mijn seduisante incantatie.
We belandden in haar wankele eenpersoonsledikant dat met een tafel, twee stoelen en een grootmoederstoof de piepkleine woonkamer deelde. Half ontkleed kroop ze wellustig over het gore donsdeken naar me toe en gespte mijn broeksriem open. Ik sprong recht, legde sussend een vinger op haar lippen en fluisterde haar toe dat ik eerst nog een sigaret wilde roken. “Laat me niet te lang wachten,” hoorde ik haar nog kreunen toen ik de voordeur achter me dichttrok. Ik gespte mijn riem terug vast, stak een sigaret op en wandelde de sterrenloze nacht in, onderwijl meermaals “Fuck alle Ruths, fuck alle Elsie’s, fuck my fucking life!” opdreunend.
Die nacht sliep ik in foetushouding een droomloze slaap op de krappe achterbank van mijn wagen. Niets zo uitputtend als allesverterend verdriet.

Eigen oogst eerst

2009 september 22
door Menck

Gisteren stond de zon loodrecht boven de evenaar. Dat betekent dat dag en nacht exact even lang waren. In deze tijd van het jaar wordt een dergelijk fenomeen simpelweg als de start van de herfst betiteld.
Na de lente vind ik de herfst het mooiste seizoen. Beide jaargetijden zijn overigens zuivere opponenten: de geboorte tegenover het afsterven van de natuur. Helaas beleven we heden een zogeheten oudewijvenzomer – een periode met uitermate zacht najaarsweer volgend op een droge, milde zomer – waardoor mijn tuin, zeker na schier nul menselijke ingrepen, er als een dorre woestenij is gaan uitzien.
Wat in deze omstandigheden wél uitzonderlijk goed floreert, is mijn blanke druivenrank: nauwelijks drie jaar jong en alreeds tweeëntwintig overheerlijke, zoete trossen voortbrengend. Kleiner dan eender welke consumptiedruif, maar smaakgewijs alvast een pak genietbaarder. Aanschouw onderstaand de eerste van twee oogsten, telkenmale een vergiet vol.

[ Foto: Menck | aanklikbaar ]

Gehackt

2009 september 22
door Menck

Kijk ’s aan: gisteren werd mijn blog een wijl gehackt, zij het dan wel op een leutige wijze.